Presidenten is een Kaartspel en wordt gespeeld met drie spelers of meer, en met een klassiek spel kaarten (de 52 gewone kaarten, met of zonder joker). Het doel van het spel is om als eerste uit te zijn, en de volgende ronde de praeses te zijn.

Een kernonderdeel van het spel is dat de winnaars van de vorige ronde bevoordeeld worden, omdat ze de beste kaart(en) van de verliezers krijgen, in ruil voor hun zwakste kaart. Op dit spel bestaan vele varianten.

Ronde één:

In de eerste ronde begint iedereen gelijk, als zogeheten burger. Men zit willekeurig, er is een willekeurige verdeler, deze persoon deelt alle kaarten onder de spelers (zonder de Jokers).  Indien er kaarten over zijn kunnen deze worden gegeven aan de speler(s) met bijvoorbeeld de minste tweeën.

Degene die in de eerste ronde begint is de persoon met de  3♦ (ruiten).

  • De eerste speler kan kiezen met welke kaart hij uitkomt, en hoeveel hij ervan op de tafel legt. Ze moeten allemaal even hoge kaarten zijn. Dit kan dus bijvoorbeeld zijn: een enkele 4♣of dubbel 4♣ 4♦ of een trippel 4♣ 4♦ 4♥.

Als bijvoorbeeld nemen we 4♣ 4♦ 4♥.

Elke volgende speler moet daar hetzelfde aantal of meer kaarten opleggen, maar de waarde van de kaarten moet hetzelfde of hoger zijn en die kaarten moeten onderling ook even hoog zijn. In dit geval kan dit dus 8♦ 8♥ 8♠ zijn.

De volgorde van de “gewone” kaarten volgens waarde (van laag naar hoog) is als volgt: 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, B (boer), V (vrouw, dame of koningin), H (heer of koning), A (aas) en de hoogste is 2. Waarbij de twee rode kaarten (2♦ 2♥) gelijk aan elkaar zijn en de twéé zwarte kaarten hoger in waarde zijn. De 2♠ is weer hoger dan de 2♣.

Als iemand niet kan of wil uitleggen kan die passen. Hij komt die beurt dan niet meer aan slag. De beurt eindigt wanneer iedereen gepast heeft. De persoon die de laatste kaart opgelegd heeft mag de volgende slag beginnen.

De eerste persoon die al zijn kaarten kan uitspelen is de winnaar van de ronde.

Ronde twee:

Nadat alle personen uitgespeeld zijn, begint een volgende ronde. Spelers krijgen vanaf nu benamingen gedurende de ronde. Deze benamingen zijn verschillen van streek tot streek. Hier wordt de benamingen gezet die worden gebruikt in de voorbeelden.

Er zijn nu twee rollen die voordelen krijgen:

  • Presidentof Praeses (lees: “preeses”): De winnaar van de vorige ronde.
  • Vicepresident of Vicepraeses: Tweede in de vorige ronde.

Twee rollen die benadeeld worden:

  • Vicefeut: Voorlaatste (of laatste wanneer men met drie is) in de vorige ronde.
  • Feut:Laatste in de vorige ronde.

De overige spelers zijn burger. Iemand die midden in het spel erbij komt moet wachten tot het einde van de ronde om dan als laagste speler, dus feut, mee te doen aan de volgende ronde.

Volgens deze benamingen heeft men in de komende ronde een voor- of nadeel:

  • De laatste speler moet de kaarten verzamelen, schudden en verdelen. Let op! Vanaf deze ronde mag ALLEEN de feut de kaarten aanraken. Pas wanneer de feut de kaarten heeft verdeeld en zijn eigen kaarten heeft ingezien mogen de andere spelers de kaarten pakken. Ook tijdens het spel mag alleen de feut de kaarten aanraken als deze op tafel gelegd zijn. Mocht een speler een fout hebben gemaakt en zijn kaarten terug willen pakken mag alleen de feut dit doen! Raakt een speler toch de kaarten aan tijdens het spel is deze speler de feut voor de volgende ronde.
  • De feut moet eerlijk zijn en zijn twee beste beste kaarten aan de praeses geven. Meestal zijn dit tweeën, maar de praeses kan vrij naar de beste kaarten vragen, dus bijvoorbeeld geen tweeën maar eerder azen of lager. De praeses geeft de feut in ruil hiervoor zijn twee slechtste kaarten. Deze wissel moet gelijktijdig gebeuren. Op dezelfde manier wisselen de vicepraeses en de vicefeut één kaart uit.
  • De feut mag beginnen.

SPEELVARIATIES EN HUISREGELS (OPTIONEEL!)

  • Men mag niet eindigen met een twee of twee tweeën in het spel.
  • Als er in één keer vier dezelfde kaarten opgegooid worden (bijv. Q♣Q♦ Q♥ Q♠) draait voor de rest van de hele ronde (dus alle slagen erna ook) de waarde van kaarten om. Hierbij is de 3 dus het hoogst, en de aas het laagst.
  • 10 is de aflegkaart en niemand mag erboven leggen: als je een 10 legt is de ronde gewonnen.